Witwaswetgeving

Advocaten vallen onder het preventieve luik van de witwaswetgeving, wanneer zij bepaald werkzaamheden uitoefenen ten behoeve van hun cliënten (Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme- hierna genoemd “de witwaswetgeving”). 

Dit is met name het geval indien deze werkzaamheden betrekking hebben op opdrachten die door de wetgever als witwasgevoelig worden aangemerkt. Dit betreft onder meer de bijstand bij aan-of verkoop van onroerende goederen of ondernemingen, het beheren van activa en de oprichting van of inbreng in een vennootschap. 

Voor advies over de bepaling van uw rechtpositie, het voorbereiden en het voeren van rechtsgedingen, is de witwaswetging niet van toepassing.

De witwaswetgeving is erop gericht het witwassen en de financiering van terrorisme tegen te gaan en legt de advocaten daartoe een aantal dwingende verplichtingen op waarvan de niet-naleving kan leiden tot tuchtsancties en administratieve geldboetes.

Deze verplichtingen zijn in essentie de identificatieplicht, de waakzaamheidsverplichting en de eventuele meldingsplicht.

Vooreerst zijn advocaten gehouden om nieuwe cliënten te identificeren voor aanvang van de dienstverlening. Daarnaast is er tijdens de duur van de cliëntenrelatie een waakzaamheidsverplichting, waarbij in sommige gevallen bijkomende informatie kan worden opgevraagd. De identificatieplicht en de waakzaamheidsverplichting hebben niet alleen betrekking op de cliënten zelf – natuurlijke personen en rechtspersonen – maar eveneens op hun lasthebbers, zoals bestuurders van vennootschappen.

Indien in het kader van de uitvoering van werkzaamheden, die onder het toepassingsgebied vallen van de witwaswetgeving, feiten worden vastgesteld waarvan men weet of vermoedt dat ze verband houden met witwassen of terrorisme, moet dit onmiddellijk gemeld worden aan de Stafhouder. Het is de Stafhouder die beslist of deze informatie wordt meegedeeld aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

Deze verplichtingen doen uiteraard geen afbreuk aan het beroepsgeheim dat de relatie tussen de cliënt en zijn advocaat blijft kenmerken.